|
|
||
|
Houden schrijvers van tsoenami's? Als een nieuwsredactie zich waagt aan fictie In de prijzen bij festival Utrecht over Utrecht Stencilmachine van eigenbeleving Stencilmachine van eigenbeleving
|
Hoe een verhaal ontstaat Deze kerst heeft oma haar tong uitgestoken. Mijn oma is vierennegentig jaar oud en zo teer, zo ingeklonken dat we haar niet eens meer hoeven te begraven als ze doodgaat: ze past dan, met een weinig passen en meten, zo in een urn. Oma verkeert in de rafelranden van haar bestaan en dat gaat gepaard met een flinke inkrimping van haar autonomie. Ze ontkomt bijvoorbeeld niet meer aan het slikken van medicijnen – mijn oma, die vroeger liever zeven nachten van hoofdpijn wakker lag dan een paracetamolletje te nemen. Tegenwoordig komt ze de deur niet meer uit zonder haar medicijnendoosje, een soort bonenbord, door de verpleegkundige gevuld met witte tabletten van allerhande soort. Dat was ook de reden dat ze haar tong uitstak, deze kerst, om er een in tweeën gebroken pil op te leggen, een slok water te nemen en te slikken. Het was een grote, dieprode, veerkrachtige tong, een explosie aan jeugdige beweeglijkheid temidden van het verschrompelde, al praktisch gemummificeerde gezicht van oma. En direct toen ik die wijnrode lap levendigheid zag, dacht ik: dit is een verhaal. Als ik iemand moet uitleggen, dacht ik, hoe een verhaal ontstaat, moet ik vertellen over deze halsreikende spier uit de mond van mijn op een haar na gestorven oma. Als schrijver leef ik van contrasten. Het contrast tussen een twaalfjarige tong en een vierennegentigjarig gezicht is groot genoeg om een weerhaak te slaan in mijn geheugen voor verhaalideeën. Die tong zit daar nu, het is een beeld dat er jaren kan zitten om op een artistiek gelegen moment de aandacht op zich te vestigen. Het beeld is niet zozeer filmisch van aard, het is eerder een afdruk van alle tegenstrijdige gevoelens die het in me oproept, van angst voor onttakeling als je oud wordt tot bewondering voor mijn oma die bijna niets meer over haar leven te zeggen heeft en toch nog brutaal haar tong uitsteekt tegen de dood. Alléén contrast is niet genoeg. In een goed verhaalidee zit ook iets verbodens. Ik ken mijn oma niet anders dan keurig gecoiffeerd, geschoend, gestreken en besieraad, en nu, tijdens kerst, keek ik ineens haar mond in, kon ik haar tong zien alsof het een even alledaags lichaamsdeel was als een hand of enkel. Dat is mooi materiaal om aanstoot te geven, om te roeren in de poel van onrust, zoals elk verhaal dat zou moeten doen. Verboden vruchten zijn het voedsel van de schrijver en zijn lezer.
Met een idee begint het en daarachter ligt een heel land
van inkt. Wees welkom in dit land, waar je verhalen, gedichten en columns
van mijn hand vindt die het stadium van idee zijn ontstegen. Wees welkom in mijn land
van inkt. |
|