land van inkt.nl

   

 




de man achter de inkt

Sietse Brouwer, schrijver

 

Een wonderkind

Een wonderkind, allicht. Correspondeerde op zijn derde al met Joseph Brodsky en Wisława Szymborska, won op zijn vijfde de P.C. Kinderkopjesprijs voor aanstormend talent en was van zijn achtste tot zijn elfde juryvoorzitter van de Peperen Pen, de voorloper van de Libris Literatuurprijs. Daarna werd het stil, jarenlang stil, wat volgens ingewijden niet anders uitgelegd kan worden dan als stilte voor een grote storm. Er doen hardnekkig geruchten de ronde dat er volgend jaar een politieke roman van Sietse Brouwer verschijnt die alle harten gaat verontrusten en veroveren.

 

Hij schrijft met ganzenveer

Jazeker, en op perkament. Ook schijnt hij zich per stoomschuit over de Vecht naar Amsterdam te verplaatsen, zijn woning warm te stoken met oliekachels en de nachten door te brengen in een bedstee. Echt een kind van zijn tijd.

Laatst dook wel het merkwaardige verhaal op dat hij zich met een elektrische typemachine in een grote koffer inscheepte op de boot naar Schiermonnikoog, alwaar hij in een huisje in de duinen zeven dagen lang onder luid elektrisch hamergetik de basis zou hebben gelegd voor zijn nieuwe roman. Misschien heet hij ons binnenkort welkom op www.landvancarbonlint.nl.

 

Bijna tachtig en nog altijd aspirant-debutant

Geboren in 1972, dus reken maar uit: Sietse Brouwer nadert de tachtig en nog altijd heeft hij nog geen uitgeverij gevonden die geïnteresseerd is in zijn werk. Wanneer spreekt men van ambitie, wanneer van een plaat voor iemands kop?

Zelf zegt hij over zijn publicatieloze bestaan: "Dat geen enkele uitgeverij tot nu toe mijn proza heeft aangedurfd, komt omdat ik geen borsten of getinte huidskleur heb om mijn boeken in de markt te positioneren. Als blanke man ben je een wanhoop voor de salesafdeling, die over de kwaliteitsbewaking van het fonds gaat."

Debuteren ziet hij desondanks als een kwestie van tijd. "Niet alleen talent moet rijpen, ook de ontvankelijkheid voor talent."

 

Gezegend met een rotjeugd

Regelmatig moest hij zijn vader vragen hem vakkundig af te rossen. De goede man leek maar niet te begrijpen dat het aankweken van literair talent een taak is van het ouderlijk gezag. Een groepsverkrachting in de bosjes achter het dorpshuis en een cocaïneverslaving deden de rest: Sietse Brouwer heeft meer ellende meegemaakt dat hij in een heel leven van zich af zal kunnen schrijven en dat is natuurlijk ronduit fantastisch. Waar elke bron –of er nu olie inzit, goud, invloed of macht– op kan drogen, is de zijne onuitputtelijk.

 

Dol op: ernst

In zijn schrijfvertrek heeft Sietse Brouwer een altaar ingericht met boeken van schrijvers die zichzelf doodserieus nemen. Anna Enquist, Maarten 't Hart, Arthur Japin, Connie Palmen, Harry Mulisch – het altaar is bijna te klein voor al die scribenten die de inkt laten vloeien alsof het hun eigen bloed is. Elke ochtend knielt Sietse in heilig ontzag voor de stapel boeken en bidt dat hij ooit de graad van ernst bereikt van de grote meesters voor hem. Vervolgens vervloekt hij zijn eigen stijl, de ironische toon van zijn pen, het sinistere leedvermaak waarmee hij de personages in zijn verhalen over de kling jaagt. Waarom moet hij, o grote goden, in een tijdvak waarin het ego centraal staat, uitgerekend behept zijn met zelfspot?

Nadat hij zijn haren heeft uitgetrokken en zijn voorhoofd op het altaar aan gort heeft gebonkt, neemt hij achter zijn bureau de ganzenveer ter hand. In een onontgonnen land van inkt zoekt hij de rest van de dag naar verlossing.

 

 

 


Op al het werk op deze site rust auteursrecht.